[Column] Julie van Mol: Geen verminking, maar geslaagde plastische chirurgie
26-07-2017 11:58:00 | Hits: 7860 | columnist: Julie van Mol | Tags:

Het manuscript van je roman is klaar en dan zijn er stappen te maken om het gepubliceerd te krijgen. In mijn vorige column las je waar ik, en velen met mij, tegenaan liep en hoe ik mij op sociale media wilde laten vinden door een uitgeverij. Maurice van Dijk van Uitgeverij Palmslag spotte mijn pogingen en nam contact met me op via een dm op Twitter. Binnen een kwartier stuurden we een paar korte berichtjes heen en weer, vervolgens belde hij me.

Winnen of (voorlopig) verliezen

Ons telefoongesprek beschouwde ik als een pitch. Het was erop of eronder. Hem overtuigen, óf net als velen zonder netwerk in de professionele fictieschrijverij of zonder gevestigde naam lang leuren met een manuscript. Ik vertelde dat ik ruim acht jaar aan mijn script had gewerkt. Dat het fictieve (liefdes)verhaal uit veel research bestond. Dat er (geschiedenis)feitjes en weetjes van Rotterdam, Nijmegen en Utrecht in verweven waren. Dat het verhaal zich in 2007 afspeelde. Een compleet andere tijd dan nu, benadrukte ik. In Nederland was toen namelijk nog geen crisis en smartphones waren nog niet te koop, sociale media domineerden ons alledaagse leven niet. Indertijd: shoppen in levendige winkelstraten, sms’en op je mobieltje, faxen, bellen met je huistelefoon en krabbelen op Hyves. Bepaalde scènes en mechanismen heb ik onder andere bij de voormalige hoofdredactrice van Hyves, Nine Ludwig, geverifieerd, zei ik er in één adem achteraan. Ook de recruitmentwereld, waarin mijn hoofdpersonage werkt, heb ik uitgeplozen. Ten slotte weidde ik uit over de 21 proeflezers die een breed publiek vertegenwoordigen. Man en vrouw, 20-63 jaar, Rotterdammer en niet-Rotterdammer, van mbo+ tot postdoctoraal.

Zakelijk baltsgedrag

Lof van Maurice volgde na mijn woordenstroom, een uiteenzetting van zijn verdienmodel daarna. Zijn sinds 2006 bestaande uitgeverij verkreeg inkomsten uit schrijfbegeleiding, het uitgeven van boeken via een crowdfundingsplatform, en jaarlijks bracht hij zelf twee à drie titels uit. Bijvoorbeeld de debuutroman Ik zag Menno van Sandra Bernart, zij was een van de vijf genomineerden voor de Hebban Debuutprijs 2016. Ik was al onder de indruk, maar toen nog wat meer, en dat zei ik. Daarna wierp ik op dat zo’n platform niet bij mij paste, dat voor mij enkel telde dat een uitgeverij mijn manuscript uitgaf. Een mail later had hij dat in zijn bezit.

Niet alles is onderhandelbaar

Kreten van geluk toen ik na zo’n drie weken per mail van hem vernam dat hij zelf mijn roman wilde uitbrengen. Het contract was bijgesloten. In Groningen, waar Uitgeverij Palmslag gevestigd is, lukte het me om een paar punten te wijzigen. Aan die tien procent van de verkoopprijs die ik per verkocht exemplaar zou ontvangen, viel niet te tornen. Dat was gangbaar – mij bekend, maar wie niet probeert, wint sowieso niets.

Snijden in je kind

Mijn manuscript bevatte 113.735 woorden. Dat je voor de bezorging van een boek dat uit meer dan 100.000 woorden meer portokosten betaalt wist ik niet. Maurice vroeg of ik tot dat aantal wilde schrappen. Het voelde als snijden in mijn kind. Huiverend bewerkte ik mijn script met analytische ogen – uitkomst: 99.292 woorden. De vier verhaallijnen werden daardoor verstevigd. De kunde van de redacteur, Jelle Spijkstra, kwam er vervolgens aan te pas. Hij vond het een en ander, in tachtig procent kon ik me vinden – verbazing over mezelf, meer regel dan uitzondering dat bij mij dat percentage de andere kant op wijst. Ik voerde aanpassingen door, wat niet het eindpunt was voordat de drukkerij zijn aandeel volbracht. Want Jelle bracht nog een aantal opmerkingen in, eindredactrice Mirjam Hoekstra haar correcties. Ook toen herkende ik mezelf niet in mijn reactie, braaf scherpte ik aan. Een mooi samenspel van ons drieën voltrok zich eveneens tijdens het controleren van de drie drukproeven, samen met grafisch vormgever Paul van Dijk. Uiteindelijk bleef er een bundel van 98.514 woorden over waarmee iedereen tevreden was.

Foto: Peter Lodder

Intrigerend beeld

Maar denk niet dat we er toen waren. Mijn roman had ook een cover nodig, en niet zomaar een. Het is een belangrijker onderdeel dan veel schrijvers denken, zeker voor schrijvers zonder gevestigde naam. Het moet tiptop zijn. Een boeiende cover helpt om aandacht te krijgen. Je moet het boek willen oppakken, het beeld moet verwijzen naar de inhoud. Net als de titel Sterker door Strijd, die ik je nog had onthouden.

In mijn volgende column lees je meer over het coverbeeld en andere gebruikte beelden, die voortvloeiden uit verbroedering door muziek. Prince, om specifiek te zijn. Ook lees je welke strategie ik hanteerde om mezelf als schrijver en mijn roman als product te laden. Want mijn vak had onmiskenbaar toegevoegde waarde…

---

Julie van Mol is freelancer in (online) marketing en communicatie.

www.julievanmol.nl
@julievanmol

 

Lees ook:

22-06-2017 | [Column] Julie van Mol: Van droom naar daad. Hoe en wat dan?
06-06-2017 | Binnen vier weken tweede druk debuutroman Julie van Mol

 

Volg het Nederlands MediaNetwerk op Twitter

Volg het Nederlands MediaNetwerk op Facebook

Word lid van de Nederlands MediaNetwerk Groep op LinkedIn

Vacatures in media- en marketingcommunicatie