[Interview] Cécile Narinx: Als je jezelf te vaak hoort mopperen, is het tijd voor verandering
21-01-2019 14:45:00 Door: Katja Brokke | Hits: 7336 | Tags:

Bijna 25 jaar lang werkte ze op een idyllische plek op het Koningsplein, met uitzicht op de Bloemenmarkt en de Singel, in hartje Amsterdam. De laatste vier-en-een-half jaar als hoofdredacteur van Harper’s Bazaar, waar ze de lijnen uitzette en haar team managede. Begin september verruilde Cécile Narinx deze functie voor die van stijlredacteur bij de Volkskrant. Dat is toch net even anders: “Nu ben ik mijn eigen PA en secretaresse.”

[Credits topfoto] Rona Lane

Van hoofdredacteur naar stijlredacteur. Wat mis je aan je oude functie en wat absoluut niet?

Wat ik aan mijn oude functie het meeste mis: mijn collega’s met wie ik kon lezen en schrijven, ook qua smaak in beeld en vormgeving. Ik mis het ook dat mijn assistente Gadija elke ochtend een potje verse thee voor me klaarzette. Nu ben ik mijn eigen PA en secretaresse, en dat gaat best goed (al smaakte Gadija’s thee beter). De nieuwe collega’s zijn heel leuk, gelukkig. Wat ik nog meer mis: lakens uitdelen en de koers bepalen. Of iets specifieker: dirigeren en delegeren. Mijn zin krijgen. Tegelijkertijd is het heerlijk dat ik de lakens niet meer hóef uit te delen, redacteuren hoef te managen en de koers van de titel moet bepalen. Al kan ik de koers voor mijn eigen vakgebiedje nu natuurlijk wél bepalen. Ik krijg veel vrijheid bij de krant, als ik zin heb om een verhaal te schrijven over wat dan ook, al heeft het amper met mode te maken, dan mag dat. En als ik een verhaal wil uitbesteden aan iemand anders, dan kan dat ook. Wat ik verder nog enorm mis is het gebouw van Hearst aan het Koningsplein en het uitzicht over de Bloemenmarkt en de Singel. Ik had wel gedacht dat ik het zou missen na bijna 25 jaar, maar niet dat het zó erg zou zijn. Ik heb bijna fysieke heimwee naar die plek in de stad, en het feit dat de ramen daar wel open kunnen.
Wat ik absoluut niet mis zijn de Excelsheets, de budgetten, de P&L-dashboards, de best wel lange en veelvuldige vergaderingen, de eindeloze evenementenkalender, clickbait bedenken, het verzinnen van alternatieve verdienmodellen en de knievallen die we soms moesten maken om onze adverterende vrienden te vriend te houden.

Hoe ben je bij de Volkskrant terechtgekomen?

Ik schreef al jaren met enige regelmaat en groot genoegen voor de Volkskrant, vanaf het moment dat Chris Buur, die ik kende van de Varagids waar ik ook af en toe voor schreef, chef V werd. Hoofdredacteur Philippe Remarque heeft me meermaals laten weten dat als ik het ooit zat was bij de bladen, ik hem moest bellen. Toen ik me dit voorjaar realiseerde dat mijn baan steeds zakelijker en minder journalistiek werd en dat ik veel gelukkiger word van schrijven dan van budgetteren en managen, heb ik hem gebeld. Na een prettig gesprek kwam hij met een mooi aanbod dat ik met plezier heb aangenomen. Na enig wikken en wegen, want ik had tussen al dat vergaderen en spreadsheeten door wel een wereldbaan natuurlijk. Maar te lang ergens blijven plakken is nooit goed. Als je jezelf te vaak hoort mopperen, is het tijd voor verandering.

Hoe ziet je werk er als stijlredacteur uit?

Dat verschilt. Soms zit ik dagen op de redactie om research te doen of te brainstormen met de ploeg van V of het magazine. Andere dagen ben ik op pad voor modeweken, reportages of interviews. Als ik ongestoord wil schrijven, kan dat op de redactie in een stiltekamertje óf thuis in Utrecht.

In hoeverre verschillen de redacties van Hearst en de Volkskrant?

De krant is om te beginnen veel groter qua redactie. Bij Hearst moesten mensen van meerdere markten thuis zijn en verschillende petjes per persoon op hebben, bij de krant zijn de vele taken helder verdeeld onder specialisten die zich concentreren op hun vakgebied of medium, onder leiding van toegewijde chefs. Er wordt veel onderzoek gedaan naar hoe het in andere landen bij andere kranten geregeld is en voortdurend gesleuteld om het nog beter te krijgen. Er is daarnaast ook ruimte voor reflectie. Er worden inhoudelijke nabesprekingen georganiseerd, met gastcritici. Er wordt geïnvesteerd in de redacteuren door cursussen aan te bieden waarmee ze bijvoorbeeld hun schrijftechniek kunnen verbeteren. Wat het magazine betreft: dat verschijnt als weekblad veel frequenter dan de maandbladen bij Hearst, dus zijn er meer mensen tegelijk aan het werk, ligt het productietempo hoger en is er minder of geen tijd om dingen over te doen.

Je hebt sinds lange tijd weer een hoofdredacteur boven je. Heb je lang nodig gehad om daaraan te wennen?

Niet zozeer aan een hoofdredacteur, bij Hearst had ik immers ook uitgevers die boven mij stonden. Waar ik aan moest wennen is dat ik geen mensen meer onder me heb – dat klinkt zo onaardig, maar dat bedoel ik niet zo – die aan een half woord genoeg hebben en vaak al iets gedaan of bedacht hadden voordat ik het vroeg. De luxe van een totaal op elkaar ingespeelde ploeg mensen die je zelf hebt mogen samenstellen, mis ik wel. Nu vind ik ook dingen en zeg ik wat ik vind, maar is het nog maar de vraag of daar wat mee gedaan wordt. Zoals het hoort als je niet de baas bent. En daar kan ik me prima bij neerleggen.

Word je ook ingezet voor commerciële content of producties?

Nee, dat is volstrekt niet de bedoeling. De onafhankelijkheid van de redactie is Heilig met een kapitale H en zo moet het ook zijn. Het enige wat ik zou kunnen doen is namens de Volkskrant of de Persgroep ergens een lezing geven of praatje houden, maar niet namens een merk betaalde content maken.

Wat zijn je ambities voor de toekomst?

Ik wil allereerst voor de krant en het magazine heel veel mooie en goed gelezen verhalen maken over kleren, stijl en mode, en daarmee lezers doen inzien dat kleren, stijl en mode overal zijn en van en voor iedereen. Dat het niet eng, of ingewikkeld of dom of juist elitair is; dat wat ik ook met Dit boek gaat niet over mode heb willen zeggen. Daarnaast zou ik graag onderscheidende modenummers willen maken voor het magazine, steeds een stapje verder (als het mag van de chef, hè?). En als er ooit plek komt tussen de vele vaste columnisten van de krant zou ik ook wel een regelmatige beschouwing aan de hand van kleding in het nieuws willen schrijven. Verder zou ik, niet omdat ik nou zo nodig op tv wil, maar omdat het echt ontbreekt aan zinnige programma’s over mode, aan een tv-programma over mode willen meewerken. En tot slot zou ik graag een kloeke roman willen schrijven, ooit.

www.volkskrant.nl
www.persgroep.nl

Dit interview verscheen eerder in het DeMedia100 Magazine. Cécile Narinx staat op plaats 59 in DeMedia100 2019.

 

DeMedia100 en MediaBelofte worden gesponsord door

Volg het Nederlands MediaNetwerk op Twitter

Volg het Nederlands MediaNetwerk op Facebook

Word lid van de Nederlands MediaNetwerk Groep op LinkedIn

Vacatures in media- en marketingcommunicatie