Minister Arie Slob oriënteert zich op kickbacks en kortingen; NPO na 20:00 uur niet commerciëler
05-09-2019 01:27:00 | Door: David de Jong | hits: 5365 | Tags:

Minister Arie Slob oriënteert zich nog met het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en de Autoriteit Consument & Markt op het onderwerp kickbacks en kortingen in de mediabranche. Eerder had de minister toegezegd in het voorjaar van 2019 onderzoek ernaar te doen. Dit onderzoek is nog niet gedaan. Dit schrijft de minister in antwoorden op 260 vragen uit de Tweede Kamer naar aanleiding van de visiebrief over de toekomst van de publieke omroep.

De ChristenUnie-minister wil een beter beeld krijgen van de mate waarin kortingen en kickbacks als een probleem worden ervaren in de sector. Ook wil hij begrijpen hoe en met welke gegevens deze thematiek te onderzoeken is. Aan de hand daarvan wil de minister samen met Economische Zaken vaststellen of nader onderzoek nodig is en hoe in andere Europese landen kickbacks worden gereguleerd. Voor de zomer van 2020 verwacht de minister de Tweede Kamer te informeren over zijn oriëntatie. De STER heeft kickbacks en bureaukortingen in 2018 afgeschaft.
 
Het reclameluw maken van de NPO met alleen reclame op de publieke landelijke televisiezenders na 20:00 uur zal het aanbod van reclameruimte bij de lineaire televisiekanalen doen afnemen. Minister Arie Slob: "Over de consequenties hiervan voor de markt of voor specifieke marktspelers kan uitsluitend gespeculeerd worden, omdat een veelheid aan factoren bijdraagt aan prijszetting en ontwikkeling. Dit geldt ook voor charitatieve organisaties waarvoor de STER speciale advertentiemogelijkheden heeft, zoals STER & Cultuur."

De directe afdracht van Ster-inkomsten aan de landelijke publieke omroep heeft geen directe gevolgen voor de hoogte van het bedrag dat beschikbaar is voor programmering, programma's of andere budgetten. Deze stelling neemt Arie Slob in nu hij voornemens is over te gaan tot directe betaling door de STER aan de NPO en de vrees van kamerleden dat de NPO hierdoor tijdens de reclame-uren commercieler zal gaan programmeren.
 
Arie Slob: "Er zijn voldoende waarborgen om te vermijden dat de directe afdracht van STER-inkomsten aan de landelijke publieke omroep de prikkel vergroot om commercieel te programmeren. De publieke omroep heeft de wettelijke taak om zonder commerciële doelstellingen een gevarieerd media-aanbod te verzorgen voor grote en kleine doelgroepen. Daarover worden kwalitatieve en kwantitatieve afspraken gemaakt in de Prestatieovereenkomst en hierover wordt jaarlijks gerapporteerd door de NPO. Ik zal er hierbij opletten dat die passen bij de publieke waarden van de landelijke publieke omroep."

De minister denkt dat door STER-inkomsten rechtstreeks af te dragen aan de landelijke publieke omroep, het mogelijk wordt om een integraal inkomstenbeleid te voeren. Onderzoekers van Twynstra Gudde en Ernst & Young constateren dat er sprake is van een wirwar aan geldstromen en adviseren integrale sturing en beheersing waarbij de verschillende inkomsten op elkaar worden afgestemd. Dit kan bereikt worden door inkomstengenererende activiteiten te bundelen. Het is daarvoor niet noodzakelijk dat de STER opgaat in de NPO-organisatie. De minister stelt dat het aan de NPO, de omroepen en de STER is om tot een uitwerking te komen die leidt tot een integraal inkomstenbeleid.

Toch geeft de minister geen duidelijkheid over de vraag wat het betekent voor de NPO-inkomsten als de STER beter of slechter presteert. Dat is volgens de minister onderwerp van nadere uitwerking. Als de consequenties hiervan bij de NPO komen te liggen, is daar een directe prikkel tot commerciëler programmeren terwijl slechtere reclameprestaties tot inkomstendervingen zouden kunnen leiden. Tot nu toe heeft het ministerie van OCW een buffer daarvoor.

Arie Slob geeft aan dat in zijn berekeningen omtrent het wegvallen van televisiereclame bij de NPO tot 20:00 uur en het schrappen van online reclame bij de NPO, men bij de STER uit is gegaan van hogere inkomsten, terwijl het ministerie van OCW uit is gegaan van de situatie van najaar 2018. De minister stelt dat de STER daarbij positievere aannnames hanteert ten aanzien van onder andere marktontwikkelingen. Ook stelt de minister dat de STER uitgaat van omzet, terwijl de minister uitgaat van afdracht na aftrek van organisatiekosten.

De resultaten van de STER in 2018 na invoering van de huidige werkwijze, waren volgens de minister slechter dan het worstcase scenario dat Ernst & Young had geprognotiseerd. Ook stelt de minister van Media dat het niet mogelijk is om met terugwerkende kracht de vraag te beantwoorden bij welk worstcasescenario het STER-bestuur nog steeds voor het nieuwe prijsbeleid zou hebben gekozen. In 2019 is bij de STER volumekorting ingevoerd waarmee hogere resultaten zijn geboekt. Met de antwoorden heeft de minister ook op zenderniveau bekendgemaakt hoeveel omzet is gedraaid in 2018. Op NPO1 werd 101,78 miljoen euro aan reclame verkocht. NPO2 was goed voor 19,01 miljoen euro en NPO3 11,46 miljoen. Zapp/Zappelin was goed voor 4,05 miljoen euro aan kinderreclame. Op Zapp/Zappelin wordt 3,8 procent van de zendtijd aan reclame gewijd. 6,5 miljoen euro wordt aan onlinereclame besteed.

Opvallend is dat de NPO weigert de volledige rapportage van de Boston Consulting Group  aan de minister te geven, over besparingsmogelijkheden bij de NPO. De minister zegt niet te weten binnen welke bandbreedte en op welke wijze Boston Consulting Group de mogelijkheid heeft onderzocht om door bundeling van overhead te besparen op doelmatigheid en wat de exacte uitkomsten hiervan zijn. De minister heeft daarop op basis van een ruwe inschatting bepaald dat er 42 miljoen euro bespaard kan worden op overhead. Ook verwacht de minister dat de on demand-dienst NPO Start Plus die thans 250.000 abonnees telt, in 2020 kostendekkend zal zijn.

Voor de financiering van programma's wil de minister dat de NPO meebeweegt met het mediagebruik van de kijkers. Daarmee past een andere manier van programmeren en investeringen in goede distributie-infrastructuren. De minister wil daarmee de financiering van televisieprogramma's flexibiliseren. Daarmee kan een programma straks ook exclusief voor internet worden gemaakt, zonder dat het per se op de lineaire netten moet worden geprogrammeerd. Nu hangt de programmering daar nog mee samen.

11 september spreekt de Tweede Kamer met de minister over de toekomstplannen in de mediasector.

www.rijksoverheid.nl
www.ster.nl
www.npo.nl

 

Volg het Nederlands MediaNetwerk op Twitter

Volg het Nederlands MediaNetwerk op Facebook

Word lid van de Nederlands MediaNetwerk Groep op LinkedIn

Vacatures in media- en marketingcommunicatie